Doorgaan naar hoofdcontent

Hoofdstuk 3: Het decor

Het is nu zondag 11 februari.
Mijn verblijf in Kopenhagen is net geen twee weken oud, net als mijn queeste naar hygge. Ik weet nog niet wat de ware betekenis van hygge is. Dit hoeft op zich geen probleem te zijn, ik blijf hier nog wel een aantal weken en een boeiend verhaal stopt nooit na twee hoofdstukken.

Het rijtje van Deense woorden die ik wel al ten gronde begrijp begint na twee weken de grootte van een boodschappenlijstje te krijgen. Ook de inhoud vertoont opvallende gelijkenissen met mijn gemiddelde boodschappenlijstjes: Ćøl (bier), smĆørrebrĆød, rĆødgrĆød med flĆøde (Deens dessert en notoire tongtwister die buitenlanders bij elke kennismaking met een Deen mantragewijs moeten opzeggen)...

Mijn zoektocht naar hygge begon deze week in het Rigshospitalet in NĆørrebrĆø. Dit ziekenhuis, of beter gezegd de afdeling Klinische Biochemie van het medisch laboratorium in dit ziekenhuis (KB 3011), vormt de komende weken het decor van mijn stage en bachelorproef. Deze stage en bachelorproef zijn het alibi achter mijn queeste naar hygge en mijn verblijf hier in Kopenhagen. Zo was Don Quichote niet enkel de schrik van menig windmolen, maar hij was ook een vernuftig edelman. Frodo was naast koerier ook gewoon een hobbit uit The Shire. De spelers van Sporting Lokeren zijn naast gewone voetballers ook tamzakken die niet eens een deftige combinatie op de mat kunnen leggen (ps: Deze zin werd geschreven voor de 0-8 overwinning tegen Charleroi; pps: de vorige zin werd met enig optimisme geschreven voor het 1-1 gelijkspel tegen Charleroi). Net als mijn voorgangers ben ik dus niet enkel op missie naar het hart van de Deense eigenheid, maar ben ik ook gewoon aspirant medisch laboratoriumtechnoloog. 

Ik verwacht geen hygge te vinden in een rijkshospitaal, maar misschien kan mijn stage me helpen om een beeld te vormen van wie de Denen echt zijn. Zo kon ik deze week een aantal observaties maken die me in staat stellen om enkele regels te boetseren die de Denen, als volk, definiƫren:
1. minstens 87% van de Deense vrouwen heet Kathrine, Christine, Nana, Sidse of Maria. Om naamsverwarringen te vermijden heeft de gemiddelde Deen een drieledige achternaam.
2. Deense mannen hebben om dezelfde reden altijd een dubbele voornaam. Deze voornamen zijn steeds een variatie op Jens, Peter, Niels, Mads en Jesper. Een uitzondering op de regel van de dubbele voornaam is Svend. Deze naam is krachtig genoeg om op zichzelf als voornaam te dienen. 
3. SmĆørrebrĆød is pas compleet als er een toefke gele bickysaus en een blaadje peterselie op ligt.
4. Hoewel ze dezelfde "symptomen" hebben, heeft Deens spreken op zich weinig te maken met het ervaren van een hersenbloeding.

Ook buiten mijn uren in het ziekenhuislabo heb ik naarstig verder gezocht naar de definitie van hygge. Zoals u in het begin van deze post al kon lezen heb ik de ware hygge nog niet gevonden, ik kan dus enkel een oplijsting geven van waar de hygge zeker niet gezocht moet worden.

Dit lijstje begin ik bij het shuffelboarden, een verslavende curlingachtige sport die gegarandeerd het competitiebeest in jezelf naar boven haalt. De houten tafel met zand bestrooid, een pintje in de hand, laaghangende lampekapjes boven de tafel, een ideale gelegenheid om je mede-erasmussers beter te leren kennen, hyggeliger dan dit kan het niet worden hoor ik je denken. Fout: met een kwartet schreeuwende Duitsers naast u is de hygge namelijk heel ver te zoeken.

Ook met mijn bezoek aan de "Belgische bierenbar" Het Koelschip schoot ik niet veel op. Ook hier was het decor veelbelovend. Een Nolle-achtig cafĆ© waar de gedroogde hop aan het plafond, de houten meubels, het kaarslicht en de reclameborden voor een divers aandeel van de Belgische biermarkt het water in mijn mond deden gutsen. Een uitgebreid onderzoek van de kaart leerde ons echter dat de Belgische biermarkt enkel bestaat uit Geuze en Lambic of Westvleteren die ongeveer twee maandlonen van Kevin De Bruyne kost. Het zou trouwens verboden moeten zijn om reclame op te hangen voor bieren die je niet verkoopt, of hoe de gedachte aan, en het verlangen naar, een Westmalle Tripel de smaak van een Ćøkologisk pilsner herleid tot dat van een glas duur water.  

Een zoektocht naar hygge blijkt op vele vlakken vergelijkbaar te zijn met een zoektocht naar leven buiten de aarde. Er blijkt veel tijd voor nodig te zijn, het is niet heel goedkoop (pintjes aan €6, I kid you not), op een gegeven moment komt er altijd wel iemand af met het geniale idee om zijn nieuwe auto in de ruimte te schieten...

In het kader van mijn onderzoek naar hygge trok ik dit weekend onderandere naar de illustere vrijstad Christiania. Vrijstad Christiania is een "onafhankelijke" enclave in het midden van Kopenhagen. De kleine zelfvoorzienende stad is gelegen op de site van een oude legerbasis. Christiania belooft oneindige vrijheid in een setting van zelfgemaakte huisjes, een groene omgeving nabij een waterpartij op het eiland Christianshaven en uiteraard eenheid met de natuur in al zijn facetten. Dat laatste kan je vrij letterlijk nemen, zo is de bloeiende en openlijke business van het verhandelen van verschillende hennepproducten in Pusher Street de hoofdreden van de massale toeristische belangstelling voor Christiania. Een weinig mensen interesseert zich ook echt in de hippieachtige nederzetting die de rest van de vrijstad is. Hoewel er een mysterieuze schoonheid verscholen zit in de belofte van oneindige vrijheid was er niet veel schoonheid te zien in Christiania. Het dorre winterse landschap was er namelijk bezaaid met iets dat ik enkel kan situeren tussen zelfgemaakte functionele werktuigen en afval. Veel rare mensen, dat wel. Maar als ik rare mensen wou zien was ik wel gewoon naar Aalst carnaval geweest.

Shuffelboarden, het spel dat je vooral tegen jezelf speelt.

Vrijheid (Christiania) in zijn "schoonste" vorm. De soms indrukwekkende, maar vervallen, huizen worden in deze vrijstad vlot afgewisseld door zelf in elkaar getimmerde woningen die niet misstaan op een gemiddelde camping in Frankrijk. Deze plek heeft ongetwijfeld veel te bieden tijdens zwoele zomeravonden, maar in deze barre wintermaanden blijken zelf de meest doorwinterde hippies niet veel zin te hebben in flower power.


De Rundetaarn is een iconische en quasie traploze toren in het centrum van Kopenhagen. Vanaf hier werd het Deense koninkrijk in kaart gebracht, de holle schacht van de toren deed in 1760 namelijk dienst als point zero bij het tekenen van een nieuwe en accuratere kaart van Denemarken .Van op de Rundetaarn heb je tegenwoordig een prachtig uitzicht over Kopenhagen.

Een bericht gedeeld door Aaron De Cock (@aaron_dc94) op





Reacties

Populaire posts van deze blog

Hoofdstuk 9: Hygge

Beste lezer, Gedurende 13 weken deed ik een openbaar onderzoek naar de ware betekenis van het Deense woord hygge. Tijdens dit onderzoek heb ik getracht om jullie op gezette, en soms ook minder gezette, tijden op de hoogte te houden van de vorderingen die ik maakte tijdens mijn queeste naar hygge. Het is nu vrijdagavond 27 april 2018 en ik richt mijn pen een laatste keer tot u. Vooraleer ik uit de doeken doe of en waar ik hygge gevonden heb neem ik u eerst nog mee naar mijn laatste drie weken in Denemarkens hoofdstad. Het zouden drukke maar ontzettend fijne weken blijken. De weken na het bezoek van mijn vrienden werden vooral gekenmerkt door een nijpend tijdsgebrek. Dit kwam grotendeels door een volle stageagenda en een immer dreigende bachelorthesis. Gelukkig kon ik gedurende deze laatste weken wel nog voldoende tijd vrij maken om te genieten van het feit dat ik hier kan zijn. Kopenhagen onderging een volledige transformatie eens de zon de overhand kreeg in de strijd me...

Hoofdstuk 10: Hygge revisited

Zondag 28 januari 2018: Binnen exact 24 uur vertrekt mijn vlucht naar Kopenhagen, twee voeten vooruit het onbekende in. Op zoek naar 'hygge', en naar een van mijn grootste ervaringen tot nu toe. Deze blog zal een sporadische kijk op mijn leven in Kopenhagen zijn. Wanneer ik de tijd en inspiratie vind zal ik proberen om hierop mijn opgedane indrukken te ventileren. Vrijdag 03 februari 2023  5 jaar en 4 dagen, zo lang is het geleden dat ik voor het eerst voet aan grond zette in Kopenhagen, de stad waar ik in 2018 mijn erasmusstage heb gedaan. En waar ik middels 9 episodes in de vorm van blogposts jullie op de hoogte hield van mijn avonturen, en nog belangrijker van mijn queeste naar Hygge. Hygge is een variant van gezelligheid die bij elke Deen zit ingebakken in het DNA - ik kan u ondertussen door mijn professionele ervaringen met de DNA molecule bevestigen dat dit feitelijk volledig waar is!-. Voor meer info over het begrip Hygge verwijs ik jullie graag door naar de vorige 9 hoo...

Hoofdstuk 4: Warmwaterkruik

Het is nu zondag 18 februari, ik woon reeds drie weken in Kopenhagen. Sinds deze week verblijf ik in een studentenresidentie in Bispebjerg, een dorpje net buiten Kopenhagen. Ik weet nog steeds niet wat hygge is; wat ik wel weet is dat de zalmroze muren in mijn kamer en het IKEA-meubilair er weinig tot niets mee te maken hebben. Er zit dus niets anders op dan mijn zoektocht verder te zetten. In mijn queeste naar hygge is het mijn taak om jullie, mijn talrijke volgers, naast grondig op de hoogte te houden van mijn vorderingen, ook te onderwijzen over Denemarken in het algemeen en Kopenhagen in het bijzonder. De voorbije week stond vooral in het teken van het leren kennen van de Denen. Hygge valt in mijn ogen enkel te begrijpen wanneer je de Denen en hun motieven verstaat. Een Deen als individu verstaan is op het eerste zicht een onmogelijke opdracht; ook op het tweede en derde zicht blijkt het onhaalbaar. Nee, echt, Deens is een onmogelijke taal. Gelukkig spreekt de overgrote...