Het is donderdag 22 maart 2018. Ik zit helaas al ruim over de helft van mijn avontuur hier in Kopenhagen, maar ik weet nog steeds niet volledig wat hygge voor de Denen betekent.
Laat mij deze blog beginnen met een aantal welgemeende excuses. Ik besef dat ik, als blogschrijver, u, de lezer, in de steek heb gelaten. Mijn laatste blog verscheen namelijk al meer dan twee weken geleden. Ik zou nu kunnen afkomen met een waslijst aan redenen waarom ik de voorbije twee weken niet voor de blog heb kunnen schrijven. Dit verandert echter niets aan het feit dat u zich gedurende twee weken tevreden hebt moeten stellen met artikels zoals "10 redenen waarom Kenjianiolandery uit Temptation Island een goed koppel zou vormen met Kelsylisariary uit Blind Getrouwd." Alhoewel de literaire waarde van de dit soort artikels gelijkaardig is aan deze van mijn blog kan ik me niet inbeelden dat er ook maar een vleugje hygge te vinden is op Temptation Island. Ik wens me dan ook nogmaals uitdrukkelijk te excuseren voor mijn nalatigheid en zal trachten om deze blog de komende weken iets actiever te houden.
Welgeteld acht dagen geleden publiceerde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het "World Happiness Report". In dit bulletin werd Finland verkozen als "gelukkigste land ter wereld". Denemarken, dat eindigde op de derde plaats, zakte 1 plaats in vergelijking met de lijst van 2017 maar eindigde nog altijd een stevige 13 plaatsen boven België.
De voorbije twee weken was ik duchtig onderzoek aan het voeren naar de aard van het verschil in geluk tussen de beide landen. Het is niet zo dat ik me, als ik in België verblijf, een ellendeling voel en het aanwezig zijn in Kopenhagen het geluk op zich de hoogte in stuwt. Wel kon ik de voorbije twee weken het geluk meermaals proeven. Dit kan u in mijn eerste voorbeeld gerust letterlijk nemen.
We werden vrijdag 9 maart uitgenodigd bij onze Deense vriendinnen voor een echte "Danish evening". Die avond kan enkel beschreven worden als Kerstmis in maart. Een concept dat ik graag introduceer in de Belgische cultuur. We aten, in een met Deense vlaggen bezaaid decor, een overheerlijke traditionele kerstmaaltijd, dronken traditionele Deense pilsjes en luisterden naar traditionele Deense smartlappen en er rolden op het einde van de avond zelf een aantal traditionele vloeken over onze door Tuborg bevochtigde lippen. For helvede Aaron, jeg taler Dansk! De "hyggeligt" avond eindigde in de niet zo traditionele maar daarom niet minder leuke Sigurdsbar. De lat voor de, nog komende, "Belgian evening" kon niet hoger gelegd worden.
Het kerstgevoel werd de volgende week nog meer opgewekt wanneer we een aantal dagen op rij een sneeuwstorm te verwerken kregen. U kon in mijn vorige blogpost lezen dat de Deense fietsers zich niet vlug laten afschrikken door een beetje koude. Ook sneeuw blijkt geen obstakel te zijn voor de fietsende forenzen. Ik begin meer en meer te vermoeden dat de massale fietsaanwezigheid bij slechter weer een soort van symbolisch opgestoken middenvinger is naar iedereen die bij een beetje regen de vlucht naar de auto zoekt.
In het labo was ik de voorbije weken zeer druk bezig met ons bachelorproject. Naast het verzamelen van een hoop data werd er van ons, internationale studenten, duchtig gebruik gemaakt als menselijk speldenkussen. Op het einde van onze stage zullen er waarschijnlijk nog slechts weinig aders op mijn bovenste ledematen overblijven waar geen naalden in gestoken zijn. Enkele blauwe plekken op mijn extremiteiten is echter een kleine opoffering in naam van de wetenschap en het minste wat ik kon doen om Steven Hawkings oneindige liefde voor de kennis te eren.
Anderzijds had ik deze blauwbeplekte extremiteiten wel nodig voor de extra-curriculaire activiteiten die ik sinds vorige week vrijdag uitvoer. Ik ben er namelijk in geslaagd om, naast stagair-laborant, ook barman te worden. Vrijdag tussen 22u30 en 3u30 kon ik mijn kunsten als taptovenaar al meteen tentoonspreiden voor een publiek van dronken Saint Patrick's Day-vierders. Het werd een drukke maar interessante avond waarin ik tot het besef kwam dat de Denen nog zeer veel te leren hebben over het schenken van bier. Het is me vooralsnog onduidelijk hoe een land waar men zo weinig respect heeft voor een degelijke bierkraag op de 3de plaats van de gelukslijst kan belanden. Na mijn eerste nachtshift prijsde ik mezelf eens te meer gelukkig om in Kopenhagen te zijn en niet ergens in België toen bleek dat de bussen ook gewoon in het holst van de nacht noch steeds om de 20 minuten komen. Negentien minuten bevriezen en een klein onderzoek naar de passerende auto's later kwam ik tot een opvallende conclusie: "Na de klok van drie, zijn alle Kopenhaagse auto's taxi".
Na een korte nacht besloot ik zaterdag om de twee houtblokken die m'n hersenhelften moesten voorstellen wat rust te geven. Ik ging, samen met een boek, op wandel in het immer prachtige Utterslev Mose. Ik kreeg onverwacht gezelschap van een zuchtje wind, de zon en een zestal zwanen.
Zalig!
Reacties
Een reactie posten